workshop exoplaneten

De zoektocht naar planeten bij sterren buiten ons zonnestelsel mag tegenwoordig rekenen op grote belangstelling. De Kepler ruimtetelescoop speurt naar deze zogenaamde exoplaneten en stuurt een stroom aan gegevens naar onze aarde. Maar welke gegevens worden nu verzameld en wat kun je daar nu precies mee berekenen?

Op donderdag 1 december werd in het kader van het platform Daedelus een workshop exoplaneten gegeven waarin deze vragen behandeld werden. De docent van de workshop, Max Duijsens, liet zien dat er twee methoden zijn om exoplaneten op te sporen.

De eerste methode, de transitie methode, maakt gebruikt van het feit dat er een heel kleine reductie (een “dip”) is in de lichtsterkte van de ster als een planeet voor de ster langs gaat. Met deze methode kunnen met name planeten gevonden worden die zich bevinden bij sterren met een grootte en helderheid zoals die van onze zon. Andere sterren op het Hertzsprung-Russell diagram zijn óf te lichtzwak voor een goede detectie óf stralen zoveel licht uit dat de procentuele lichtafname die de passage van een planeet veroorzaakt te klein is om opgemerkt te worden.

De tweede methode “spectrometrie” is gebaseerd op de verandering in golflengte van het licht van de ster. Indien de massa van een planeet groot genoeg is, zal de baan van de planeet om de ster, een te detecteren beweging bij de ster teweeg brengen. Analoog aan het Doppler effect bij geluid, verandert ook de golflengte van het licht als de ster van je af beweegt (roodverschuiving) of naar je toebeweegt ( naar het blauw). Uit de verandering in golflengte kan vervolgens de massa van de planeet afgeleid worden. De meeste informatie kan gehaald worden uit waarnemingen waarbij zowel een verandering in de golflengte als een verandering in de lichtsterkte gevonden wordt, omdat dan ook de stand van het baanvlak van de planeet bekend is.

Het bleef niet bij woorden alleen. Aan de hand van de wetten van Kepler besprak Max Duijsens hoe massa, snelheid, banen, soortelijk gewicht en zelfs windsnelheden op planeten berekend kunnen worden. De berekeningen en formules die op het scherm verschenen werden vlot en helder uitgelegd. Het was duidelijk te merken dat hier een ervaren natuurkunde leraar het woord had. Na een eerste inleiding ging iedereen zelf aan de slag met het maken van berekeningen. In kleine groepjes bogen WLS- en LWSK-ers zich samen over opgaven als” Procyon A is een ster die 2 keer zo groot als de zon is. Stel dat hier een dip wordt gezien van 0,02%, hoeveel keer groter dan de aarde is de planeet dan?”.

Het was een gemêleerd gezelschap: voor sommigen waren de opgaven wat te hoog gegrepen, voor anderen waren ze erg makkelijk. Iedereen was echter vol overgave en enthousiasme bezig met het maken van de sommen. Jammer genoeg was de tijd te kort om alle opgaven te doen. Aan het eind van de workshop was de interesse voor het antwoordblad zo groot, dat in een mum van tijd geen antwoordbladen meer over waren. De achterblijvers schreven ijverig antwoorden over of maakten met hun mobiel een foto van het enige overgebleven antwoordblad.

Achteraf gezien onnodig, want de tekst van de workshop, de opgaven en de antwoorden staan inmiddels online en zijn te vinden onder http://lwsk.nl/?page_id=160#Amateuravond

Het ligt in de bedoeling om in een kleine groep hiermee verder te gaan.

Zie ook ...

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial